Burgemeester Cornelis de Graeff, Vrijheer van Zuid-Polsbroek - een der stichters van het Stadhuis op den Dam - kocht in 1651 van Kerkmeesteren der Oude Kerk de kapel, waarin vóór 1578 de doopvont geplaatst was. Zij droeg den naam van St -Cornelis-kapel, naar het altaar, dat aan dezen Heilige was toegewijd en - zooals Wagenaar meent - geheel of ten deele bekostigd werd door de familiën Brundt en Drebber. De koperen doopvont van 1531 was te Mechelen gegoten door Cornelis van den Einde en woog 1500 ponden.
De toegang tot -deze kapel, welke door Cornelis de Graeff bestemd werd tot familiegraf, is afgesloten door de hier afgebeelde fraaie poort, met op twee Korintische kolommen, waartusschen eene koperen deur, aan weerszijden met doorzichtig traliewerk, en daarboven de wapens van den stichter en van zijne vrouw, Catharina Hooft Boven eene met zandloopers en andere zinnebeelden versierde lijst staan twee schreiende kindertjes aan weerszijden van een zwarten toetssteen. bekroond door een uit de vlammen verrijzenden Feniks.
Op dezen steen leest men de woorden uit 1 Kor. XV : 42:
"Alsoo sal oock de onstandinghe der dooden zijn.
Het Iighaem wort gezaeit in verdervelyckheit en wort
opgheweckt in onverdervelyckheit."
Titel: Kapel in de oude kerk
Beschrijving: Reproductie naar tekening van L.W.R. Wenckebach, door de kunstenaar zelf handgekleurd.
Documenttype: prent
Vervaardiger: Wenckebach, L.W.R. (Willem, 1860-1937)
Collectie: Collectie Atlas Dreesmann
Inventarissen: http://archief.amsterdam/archief/10094
Rechthebbende: Auteursrechtvrij
Gebruiksvoorwaarden: -
Afbeeldingsbestand: 010094003726
Kwaliteit: Hoog
